Twitterverslaafd? Ikke? Welnee joh!

Uitgelicht

Het eerste, meest in het oog springende symptoom van een verslaving is ontkenning. Junks ontkennen ALTIJD ALLES.

Nou, daar heb ik dus geen last van, zoveel is wel duidelijk.

Ik vind er namelijk helemaal geen drol aan, Twitter.

En ik heb namelijk totaal geen overrekte nek en ik kan ook heus niet meer over mijn rechterschouder kijken, omdat ik namelijk helemaal nooit tot diep in de nacht zit te checken of er nog niemand niks leuks heeft getwitterd.

En ik zet ook echt niet midden op de dag even snel de pc aan, omdat me ineens een geweldig leuke tweet  binnenvalt. En ik baal er ook heus nooit van, dat niemand dan niet eens even leuk ad rem reageert. Doe ik gewoon niet.

Daar komt nog bij dat ik echt mijn was niet laat liggen omdat ik zo nodig op Twitter zou moeten. Ik doe dat niet.

Ik heb daar sowieso niet zo gauw last van, dat ik ergens helemaal in opga. Ik begrijp al die ophef niet. Ik snap niet dat iemand midden in een ‘live’ gesprek ineens zijn telefoon gaat checken omdat er weer ‘iets’ gebeurt op Twitter.

Ik hou ook helemaal niet van dat oppervlakkig gedoe, beetje dom heen en weer kletsen met mensen die je helemaal niet kent. Kan mijn tijd wel beter gebruiken!

Ik roep nooit zomaar wat, ik denk juist altijd over alles heel goed na.

 Neeuuhh…Twitter. Niks voor mij.

Advertenties

Gelijkhebberij

Ik word er geloof ik nogal eens van verdacht ontzettend graag gelijk te willen hebben. Waarschijnlijk komt dat door de hartstocht waarmee ik een discussie placht te voeren. Tegen het einde hiervan wordt er nogal eens door de ‘tegenpartij’ verzucht: “je hebt ook wel gelijk”, of “Jaaa hoor, je hebt gelijk hoor!”

Verbaasd kijk ik dan mijn gesprekspartner aan. Dacht hij nou werkelijk dat dat mijn doel was? Gelijk krijgen? Zoals gezegd, ik maak het er waarschijnlijk zelf naar. Ik gooi me vaak vol overgave in de strijd, waarvan ik op dat moment nog niet eens wist dat het een strijd ging worden. Vaak denk ik dat iets volkomen logisch is, zoals ik over een bepaald onderwerp denk. Ik ben dan oprecht verbaasd als men daar tegenin gaat! Niet, omdat ik dus denk dat ik altijd gelijk heb, maar omdat iets in mijn hoofd zo volstrekt logisch is, dat ik me niet kan voorstellen dat er iemand is die daar anders over zou kunnen denken. Nogal impulsief begin ik dan mijn verhandeling, leg ik uit waarom ik het zo zie en waarom dat toch gewoon een kwestie van gezond verstand zou moeten zijn.

Blijkbaar voelen mensen zich door deze benadering erg in de hoek gedrukt en gaan ze naarstig op zoek naar tegenargumenten, soms net zo impulsief als mijn initiële ‘aanval’. Ik bedoel het echter niet aanvallend! Ik denk dat ik nog veel te veel vanuit mezelf en mijn eigen referentiekader reageer en er te weinig bij stilsta dat het bij iemand anders wel heel anders kan werken.

Soms lijkt het wel of het een Hoger Doel is, Gelijk Krijgen. Neem nou Geert Wilders. Die gooit er de ene sappige oneliner na de andere uit, maakt ook niet uit of je onderweg op een paar tenen gaat staan. Zolang de meute maar juicht. En die meute, die kun je heel selectief gewoon zelf kiezen. Je gaat dus bepaalde mensen gewoon uit de weg. Je gaat niet bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel zitten, want die man doet zijn huiswerk en die zou wel eens lastige vragen kunnen stellen en jou op een voor jou ongelukkige manier kunnen portretteren. Bovendien is het live, dus je kunt niet met wat knip- en plakwerk de boodschap lekker geredigeerd voor het voetlicht brengen. Je moet daar en dan presteren, zo niet, dan zak je jammerlijk door het ijs. En stel dat dan de meute afhaakt!

Blijft de vraag: heeft Geert Wilders eigenlijk gelijk? Vast wel, op sommige punten. Zoals iedereen wel eens gelijk heeft. De fout die hij in mijn ogen maakt, is dat hij zichzelf volkomen diskwalificeert door mensen onnodig te kwetsen en te beledigen. Ik probeer vaak om zaken van verschillende kanten te bekijken. Zo hoorde ik Geert ook wel eens zinnige dingen zeggen – niet zodanig dat hij nog maar in de búúrt kwam van een stem mijnerzijds! – maar bij de kopvoddentaks ben ik definitief afgehaakt. Vanwaar deze stompzinnige term? Hoe kun je nou ooit weer serieus genomen worden wanneer je zo’n schoolpleinscheldwoord bedenkt??

Ik vind het zo zot, dat ik er amper woorden voor kan vinden. Het geeft bovendien zo goed weer, hoe hij op dat moment in het nauw zat. Want mensen die beginnen te schelden, doen dat vaak omdat ze het anders ook niet meer weten. Ik begrijp niet wat hij nou heeft willen bereiken met dit buitengewoon kwetsende, beledigende woord. Zeker niet de dialoog op gang brengen met degenen met wie hij een probleem heeft! Hij zegt dan altijd wel dat hij geen probleem heeft met de islam….alleen met de extreme uitwassen ervan. Waarom reageert hij zich dan toch af op de welwillende, gematigde moslim door zo met modder naar ze te gooien? Hij zegt toch zelf dat die hem niks hebben misdaan?

Enfin, op zo’n manier haal je nooit je gelijk, en je verliest ook nog eens het respect van vele mensen. Ik denk dat zijn isolement hem nog gekker heeft gemaakt dan hij al was, hij slaat maar wat om zich heen omdat zijn leven toch al voorbij is. Hij heeft niets meer te verliezen, en voor straf wil hij ook nog eens de waardigheid ontnemen van een hele groep mensen die dit nooit voor hem gewenst hebben.

Had Anders Breivik gelijk? Ik durf het niet te zeggen, want ik gun het die man niet om ook maar een letter van zijn stompzinnige manifest te lezen. Door zijn verschrikkelijke acties heeft hij het recht voorgoed verspeeld om ooit aangehoord te worden. Was dat dan zijn doel? Heeft hij nou gelijk gekregen?? Want dat wilde hij toch, more than anything?? ‘Het was verschrikkelijk, maar noodzakelijk’ ….dat was toch zijn tekst? En nu? Heeft hij hiermee gekregen wat hij wilde? Denkt hij nu echt dat hij, door deze verschrikkelijke moorden te plegen, de wereld ten gunste van zijn denkbeelden heeft veranderd?

Ik denk het niet. Niet dat ik altijd gelijk heb, hoor.

Ontkurkt

Wij, AD(H)D-ers, wij hebben een apparaatje in ons hoofd. Of nee, eigenlijk is het meer een soort…opslag…dinges. Een tank, zo je wilt. Met een kurkje erop.

Dat tankje heet hyperfocus. Daarin slaan wij alle aandacht en concentratie op, die we eigenlijk heel hard nodig hebben bij het uitvoeren van ons dagelijks leven. Wij gebruiken dat dus niet meteen, nee….we sparen het op! Vandaar dat wij ons hoofd er zo vaak niet bij hebben, we om de haverklap over spullen en over mensen struikelen, binnen 5 minuten zijn vergeten wat Piet Paulusma nou ook alweer zei over het barbecue-weer van morgen….terwijl we dus wel toevallig nét een barbecue hadden gepland voor de volgende dag! Waar we nog lang niet klaar voor zijn, omdat we het perfect willen doen en veel te veel mensen hebben uitgenodigd, maar veel te laat zijn begonnen met de voorbereidingen en het vlees zou maar zo wel eens op kunnen zijn als wij om 5 voor 6 hijgend bij de schuifdeuren aankomen (en er hoogstwaarschijnlijk tussen geplet worden).

Euuh..? Ik dwaal af.

 Maar goed, die concentratie die we dus niet gebruiken, slaan wij op in dat tankje. Tot op een dag de druk binnenin dat tankje (waarin zich nu een zéér geconcentreerd, uiterst explosief goedje bevindt) te hoog wordt en de kurk er met een rotgang vanaf knalt!!

Mag ik u voorstellen: Dit is Hyperfocus. Hij gaat er hoogstpersoonlijk voor zorgen dat je de komende tijd nog maar met één ding bezig bent!! Hij laat je alles over dat ene onderwerp opzoeken wat er maar te vinden is, hij laat je er over doorratelen tot de mensen in je omgeving huilend op zoek gaan naar een teiltje omdat ze het geëmmer spuugzat zijn, iedereen die het wel of niet wil horen is slachtoffer. Deze periodes kunnen aanhouden van een paar uur tot meerdere dagen.

 Hyperfocus stuwt je wel op tot de meest grootse prestaties! Dit zijn de uitgelezen momenten voor het schrijven van een briljant blog (of een compleet boek), of het uitvinden van de meest fantastische uitvinding aller tijden. Of iets anders waar de persoon in kwestie zijn interesse heeft liggen. Je hoeft niet zo nodig te eten of te slapen of te stofzuigen.

Zoals de dierenarts zei over onze krolse kat, toen die tijdens haar nachtelijke escapades op herenjacht was: “Eten en slapen staan op zo’n moment niet bovenaan het prioriteitenlijstje van mevrouw.” Na afloop van zo’n slopende periode is de uitputting totaal en de afkeer van het onderwerp in kwestie ongeveer op hetzelfde niveau als dat van die mensen die al eerder een teiltje zochten. Bovendien word je dan ook nog eens geconfronteerd met al het achterstallig onderhoud dat zich als een idioot blijkt te hebben opgestapeld, aan huis, haard, kinderen, tuin, relaties…….Terwijl je dan eigenlijk alleen nog maar drieëntwintig dagen aan één stuk wilt slapen.

Voor mensen die niet weten hoe het is om een AD(H)D-hoofd te hebben, klinkt dit waarschijnlijk als volstrekte waanzin. Niet te bevatten hoe iemand zo totaal met iets aan de haal kan gaan en daarbij ook nog eens alle ‘plichten’ van het dagelijks leven laat versloffen! Ik begrijp wel dat sommige mensen dat onbegrijpelijk vinden. Maar is dat tegelijkertijd niet de pracht van het mens-zijn? Dat we allemaal zo verschillend zijn? Maakt ons dat niet tot een heel bijzonder, divers en tegelijkertijd uniek volkje?

Hoewel ik soms keihard m’n kop stoot tegen het onbegrip waar ik tegenaan loop – en soms stoot ik m’n kop nog harder omdat ik totaal niet begrijp hoe iemand anders in elkaar zit – vind ik het meestal toch vooral fascinerend en interessant, om me oprecht te verdiepen in en verbazen en verwonderen over de psyche van de Mensch.

 Nou heb ik potvolblommen net een schattig autootje gekocht. Terwijl ik eigenlijk weer eens wat vaker in de trein moet gaan zitten. Want er is geen betere plek te bedenken om je tanden weer eens lekker in wat menschelijk gedrag te zetten.

Hé………….. Komt daar het woord conducteur ook eigenlijk niet vandaan??

Sprookje. Maar dan Anders.

Oké. Ik geef het toe.

Ik ben een onverbeterlijke optimist.

En een stronteigenwijze, koppige idealist.

Een dromer misschien.

Misschien woon ik in een sprookjeswereld. Het lullige van sprookjes is, dat ze niet écht waargebeurd zijn. Je wordt elke keer wel weer mooi op het verkeerde been gezet, met dat schijnheilige: “Er was eens…..” Maar mooi niet dus, hè! Er was helemaal niet eens!! Toch stug blijven volhouden hè, die gebroeders Grimm en consorten. Er is altijd wel ergens een goedgelovige dwaas die er toch intrapt. Zeker als je dat zoetsappige ‘….en ze leefden nog lang en gelukkig’ aan het eind van elk kutsprookje breit. Zeker weten dat al die meisjes, die stiekem al lang groot en lelijk zijn, maar die zichzelf tot in de eeuwigheid als mooie jonge prinsesjes blijven beschouwen, hier vól inlopen.

Ik woon dus ook in mijn eigen sprookjeswereld. Eerder noemde ik het altijd een luchtbel, waardoor ik wel naar buiten kon kijken, maar niemand kon écht binnenkomen in mijn veilige wereldje. Maar voor het verhaaltje is het leuker als ik mijn luchtbel nu maar even omtover tot een sprookjeswereld.

Mijn sprookje gaat zo:

“Er was eens……een volkje. Dat volkje bestond uit mensen. Alledaagse mensen, zondagse mensen, je had bruine mensen, gele mensen, witte, zwarte en rode mensen en misschien ook nog wel andere vrolijke kleurtjes. Ze leken allemaal op elkaar, ook al waren ze heel verschillend.  De tijd dat dit volkje leefde, dat is al zo lang geleden dat zelfs jouw opa het niet meer weet. Het was een fijne tijd. Het Kwaad was nog niet uitgevonden en niemand had nog ooit van de Duivel gehoord. Alle mensen waren aardig voor elkaar, iedereen stond elkaar bij en hielp elkaar met raad en daad en achterdocht en roddel waren ook nog niet uitgevonden. Ze haalden wel eens een dolletje met elkaar uit, maar dat was nooit kwaadaardig of gemeen bedoeld. Alleen maar om te lachen. En lachen, dat deden ze de hele dag. En de zon, die scheen ook de hele dag. Omdat het toch een beetje saai begon te worden, begonnen de mensen geleidelijk steeds wat meer van elkaar te verschillen. Zo kon je nog eens verrast worden en heel veel leren van elkaar! Ze leefden nog lang en zeer gelukkig.”

EINDE

 ………….

Poef!

En toen kwam er een gemene tovenaar bij het lieflijke volkje op bezoek. Die had een hele nare bom gebrouwen die hij bij een gebouw liet ontploffen.  Hè???? Ga eens uit mijn luchtbel met je achterlijk geweld!  Maar een paar uur later zat hij niet alleen in mijn luchtbel, hij schoot het hele ding volstrekt aan flarden. Hij schoot een heel eiland vol jongeren overhoop.

Daartegen is zelfs mijn met gewapend beton omkleed luchtbelletje niet tegen bestand.

Er waren er al meer die het geprobeerd hadden, hoor. In 2001 waren er ook al behoorlijk wat gaten in geslagen en ook Volkert van der G. en Mohammed B. brachten het ding behoorlijk aan het deinen. Maar ik bleef volharden…omdat mijn sprookjeswereldbubbel zo prachtig en zo heerlijk is! Ik heb het zo hard nodig om te geloven dat de wereld wél zo in elkaar zit!! En niet zoals ik het allemaal op tv en internet voorbij zie komen.

 Ik ben heus geen volslagen idioot. Ik weet heus wel hoe het écht zit. Maar als ik niet af en toe ontsnap aan die gruwelijke realiteit, ga ik eraan kapot. De werkelijkheid is te groot en verschrikkelijk voor mijn luchtbel. Mijn Bubbel zorgt ervoor dat ik in het goede in de mens kan blijven geloven. Dat ik weiger te geloven dat de wereld nu vergaat. Dat ik het geluk zoek in de kleine dingen, die er écht toe doen. Die behoedt mij ervoor dat ik niet te depressief word om iedere dag van mijn kinderen te genieten. En van onbenullige dingen, die er ogenschijnlijk niet toe doen, maar die zoveel bijdragen aan mijn levensgeluk.

 Zoals wat dom heen en weer twitteren met mensen die ik helegaar niet ken.